Over het vakblad

Het wind-industrieel complex

De ontwikkeling van de windenergie in Nederland komt nu echt goed op gang, met de Eemshaven als kerngebied. De beleidsvoornemens van de overheid hebben de deur wijd geopend. Vele bedrijven richten hun blik op deze sector en vragen zich af of hun toegevoegde waarden ook voor dit groene doelgebied kunnen worden ingezet. Dat kan, maar het gaat niet vanzelf. Er is samenwerking voor nodig en dus communicatie. Daarom publiceert Uitgeverij Lakerveld vanaf september 2014 het WindEnergie magazine.

De doelstellingen zijn bekend: duizenden megawatts moeten op land en ter zee worden geïnstalleerd. Maar ook moet de kostprijs van de windstroom fors omlaag. Met een kostenreductie van 40% komt deze voldoende in de buurt van de fossiele elektriciteitsprijs. De benodigde 40% kostenreductie is volgens de kenners haalbaar, maar onder voorwaarden. Het moet op grote schaal, al zal er ook voor kleinschalige windturbines plaats blijven. Het moet via integrale ontwerpen. Er moeten buffercapaciteiten komen. WindEnergie magazine houdt zich met deze zaken bezig, en biedt daarvoor een multimediaal platform.

Met de discussie tussen voor- en tegenstanders van windenergie zal WindEnergie magazine zich niet of nauwelijks bezighouden. Ons gaat het om iets anders: de samenwerking tussen de verschillende technische vakbroeders.
Want zeer veel verschillende vakdisciplines houden zich bezig met windenergie. Of anders geformuleerd: bij het ontwikkelen van een windpark zijn zeer veel verschillende vakdisciplines nodig. Wiskundigen, meteorologen, constructeurs, waterbouwers, hoogwerkers, onderhoudsbedrijven, logistici, materiaaldeskundigen, wetenschappers. Zij allen werken samen in wat we zouden kunnen noemen: het wind-industrieel complex. Maar nog beter is het te spreken van het wind-industrieel complex in wording. Aan die wording wil WindEnergie magazine een bijdrage leveren door het organiseren van een multimediaal platform, met het vaktijdschrift als middelpunt. Zo’n multimediaal platform kan dienen om al deze vakmensen met elkaar te laten spreken. WindEnergie magazine is dan ook niet alleen geschikt om te lezen: men kan er ook laten zien welke toegevoegde waarde een bijdrage kan leveren aan de doelstelling: meer stroom uit wind.

Het is opvallend dat de publieke discussie over de vergroening van de energiesector nogal heftig verloopt. In werkelijkheid is redetwisten niet nodig. Om de hoofddoelstelling te halen: verduurzaming van onze economie, is het onvoldoende om één route te kiezen. Alle wegen zullen moeten worden bewandeld, van energiebesparing in het groot- en kleinverbruik, tot decentrale opwekking, van grootschalige oplossingen tot achtertuin-vindingen, van beleidsbepaalde tot vanzelf uit particuliere initiatieven ontsproten acties. Keuzes hoeven hierin niet gemaakt te worden. Nu alles erop wijst dat de kostprijsreductie de kosten voor het windkilowattuur in de buurt kan brengen van het (naar verwachting alleen maar duurder wordende) fossiel opgewekte kilowattuur, is het duidelijk dat de windturbines in onze energievoorziening een snel groeiende rol zullen spelen, al zijn ze maar een deel van de oplossing.

Wij doen, met hulp van de vele en veelsoortige ondernemers en instituten, verslag van de ontwikkelingen die er morgen aankomen, van de parken die gisteren al gebouwd zijn en nu worden geëxploiteerd, en van de nieuwigheden die pas overmorgen aan de beurt zijn.

Want er staat al het nodige aan windturbines in Nederland. Op het land zal die moeten toenemen, onder andere door repowering, waarbij kleinere turbines door grotere (en efficiëntere) worden vervangen. Het bestaande areaal, ook dat op zee, kan nog beter worden geëxploiteerd, door allerlei optimalisatieslagen, die variëren van netinpassingen tot betere logistieke bereikbaarheid en kosteneffectiever onderhoud.

Maar er staat morgen ook veel te gebeuren. Er wordt een vermogen aan vermogen bijgeplaatst in de Waddenzee, uit het zicht (maar niet uit ons zicht). Ook elders, in de polders, in en bij de Rotterdamse haven zijn plaatsen voor grootschalige opwekking aangewezen. Ook de provincies wijzen locaties aan waar het straks mag. De overheden zeggen wat mag, maar de industrie zegt wat er kan.

De wetenschap tenslotte zegt wat er overmorgen kan. Terwijl de turbines worden geplaatst denken de geleerden na over de toekomst. Daar zien we windturbines die het geheel zonder schakelkasten stellen, en zonder generatoren, waarbij met hydrodynamische overbrenging de energie naar een centraal punt wordt gebracht. Daar zien we rationele opstellingen en dynamische modellen die het mogelijk maken de instelling van een turbine niet alleen af te stemmen op het momentane windaanbod, maar ook rekening te houden met wat er gebeurt in de collega-turbines in het windpark. Daar zien we offshore bedrijven die uitpuzzelen hoe het tijdslot kan worden vergroot waarin windturbines op zee kunnen worden benaderd voor onderhoud. Daar zien we tunnelproeven met rotorbladen, waar de wetenschappers voor de moeilijke opgave staan de grilligheid van de werkelijke wind na te bootsen in laboratoriumomstandigheden. Daar wordt vandaag de weg naar morgen bedacht.

Deze aspecten: het bestaande areaal optimaliseren, snel windvermogen bijbouwen en ontwikkelen voor de toekomst gaan hand in hand. De wetenschap en de industrie, verbonden via allerlei kennisprojecten, onder andere gebundeld in TKI wind op zee (het kennisconsortium), werken samen. Ook die samenwerking brengen we in beeld in WindEnergie magazine.

Heeft u iets interessant te melden? Stuur het naar Jan Spoelstra (klik hier).