‘Verbind nationale stroomnetten onderling via windparken’

De grootschalige aanleg van windparken op de Noordzee laat zich uitstekend combineren met de eveneens noodzakelijke aanleg van nieuwe verbindingen tussen nationale stroomnetwerken. Zo’n internationaal web van hvdc (high voltage direct current) verbindingen is op collectief niveau goedkoper en stabieler dan ‘business as usual’.

De belangrijkste obstakels zijn juridisch en politiek blijkt tijdens de voorlopige presentatie van de resultaten van het het grootste energieprogramma van Horizon 2020: PROMOTion. “Op dit moment is er geen juridische status voor een offshore windpark, dat tegelijk dient als interconnector tussen nationale stroomnetten”, zegt projectcoördinator Cornelis Plet van DNV GL.

Ook zal zich moeten uitkristalliseren hoe zo’n windpark en een interconnector allebei geld verdienen: het windpark zou immers graag aan het net met de hoogste prijs leveren, terwijl interconnectoren juist rendabel kunnen zijn dankzij het stroomprijsverschil tussen landen.

Nationale aanbesteding
Een andere uitdaging: aanbestedingen voor windparken zijn nationaal. Daarbij wordt niet gevraagd om een aansluiting naar een tweede land te realiseren en een netbeheerder moet zijn aansluitingsplicht zo goedkoop mogelijk vervullen, zegt Joris Gazendam van de RUG. Hoe zou een windpark bovendien moeten omgaan met verbindingen naar een land met subsidies voor windstroom en een land zonder.

Op dit moment wordt gewerkt aan het eerste windpark van Europa dat op twee stroomnetten wordt aangesloten: Kriegers Flak in de Oostzee wordt aangesloten op zowel Denemarken. Het park wordt via wisselstroom aangesloten en niet via gelijkstroom, omdat de afstanden relatief klein zijn.

Wisselstroom of gelijkstroom
Om stroom over grotere afstanden te transporteren is gelijkstroom met hoog voltage (hvdc) efficiënter dan wisselstroom. Aansluitingen tussen het vasteland van Europa en het VK (voor Zweden en Noorwegen geldt hetzelfde) moeten sowieso via gelijkstroom om de triviale reden dat beide gebieden weliswaar dezelfde frequenties hebben, maar onderling niet gesynchroniseerd zijn.

Het grote voordeel van meer interconnectoren is dat je totale overcapaciteit in de verschillende nationale energiesystemen die permanent beschikbaar moet zijn fors kunt verkleinen, zegt Ceciel Nieuwenhout (RUG). `Zelfs als je zo’n internationale kabel niet gebruikt.’ Een verbinding tussen Nederland, België en het VK, ligt alleen al vanwege de kleine afstanden erg voor de hand. En er komen waarschijnlijk Britse en Nederlandse windparken vlak naast elkaar te liggen.

Politiek aan zet
In principe is de technologie voor grootschalige uitrol van een ‘meshed hvdc offshore grid’, bekend, ze moeten vooral nog verder ontwikkeld worden, aldus Cornelis Plet van DNV GL. Zo ontbreken vooralsnog goede installatieautomaten (maximumschakelaars) voor hvdc.

Hannah Müller van de ACM concludeert: “Eigenlijk is iedereen het er over eens dat we zoiets moeten realiseren, maar we staan nu al jaren stil. Politiek worden er weinig stappen gezet.” ENTSO-E de Europese koepel van netbeheerders is voor dit soort afstemming opgericht, maar heeft niet de macht iets af te dwingen. Alle ogen zijn nu gericht op de Europese Commissie.

Volgens Giles Dickson, directeur van industriekoepel WindEurope zou ook de timing van tenders tussen lidstaten moeten worden afgestemd om te voorkomen dat in het ene jaar marktpartijen overvraagd worden en in het volgende jaar gedwongen stilzitten.

Overdimensionering
Het totale vermogen van offshore windmolens in Europa is nu 16 GW en zal waarschijnlijk explosief stijgen naar 80 GW in 2030 en 200 GW in 2050. Daarbij is het belangrijk dat er nu geen aansluitingen worden aangelegd die over enkele jaren al te klein blijken. Overdimensionering is daarom het toverwoord. Daar is internationaal geen prikkel voor, hoewel het in Nederland inmiddels best goed geregeld is doordat TenneT met alle schaalvoordelen van dien verantwoordelijk is voor alle offshore-aansluitingen.

Martha Roggenkamp van de RUG noemt de manier waarop de offshore gasleidingen in de jaren zeventig werden aangesloten als alternatief: bedrijven werden toen gedwongen om dikkere pijpen aan te leggen dan ze in eerste instantie nodig hadden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *